03-05-09

Internetcensuur in België


stopban_ecopsLOGO_BE

JustitieLOGOlogo_fedpolchild_focuslogo.ispalogo_daferinternetlogo_inhopeimages-3images-4images-5logo_skynet_nlimages


Wim.Copie de Roggeman.Ispa.nn3debeuckelaere3_kldeclerck.286380Parys.waarom-stefaan-de-clerck-minister-van-justitie-werd_7_235x280Di Rupopic

Censuur


'Er is geen sprake van een hellend vlak en het gaat echt alleen om sites met kinderporno. Zogenaamde peer-to-peer pagina's of andere sites waarop muziek, bestanden en films uitgewisseld worden hebben niets te vrezen'

Uit 'Vragen en Antwoorden' - Belgische Senaat - Bulletin 3-90 - Zitting 2006-2007
Vice-eersteminister en minister van Justitie
Vraag nr. 3-7068 van mevrouw Anseeuw d.d. 16 februari 2007: Internet - Kinderporno - Bestrijding - Afspraken met providers


SAMENWERKINGSPROTOCOL TER BESTRIJDING VANONGEOORLOOFD GEDRAG OP INTERNETPROTOCOLE

Gelet op de bepalingen van het Strafwetboek en van de bijzondere strafwetten;
Gelet op artikel 90, §3 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven;
Gelet op de gedragscode die door de algemene vergadering van de leden van de ISPA goedgekeurd werd, in het bijzonder punt 3 van deze code;
Overwegende dat de ontwikkeling van de informatiemaatschappij enorme mogelijkheden biedt ;
Overwegende dat ook in een informatiemmaatschappij de individuele vrijheden, in het bijzonder de vrijheid van meningsuiting, gewaarborgd moeten worden;
Overwegende dat het echter gepast is deze ontwikkeling te omkaderen en dit in het bijzonder om de burgers te beschermen, en in het bijzonder de meest zwakken onder hen, tegen de misbruiken die deze technologische vooruitgang met zich kan meebrengen;
Overwegende in het bijzonder dat sommige strafrechtelijke inbreuken (kinderpornografie, racisme, overtredingen inzake kansspelen, enz.) aan bijzonder belang winnen wanneer deze via het Internet begaan zijn, gelet op het mondiaal verkeer "in real time" van de door dit middel voortgebrachte informatie;
Overwegende dat de bestrijding van de terbeschikkingstelling van ongeoorloofde informatie via het Internet, in het bijzonder van kinderpornografische aard, als een prioritaire aangelegenheid beschouwd wordt zowel in België als op internationaal en supranationaal niveau, ten gevolge van de initiatieven die meer bepaald door de Belgische Ministers van Telecommunicatie en van Justitie genomen werden;
Overwegende dat de inbreuken begaan via het Internet op grond van de bepalingen van het Strafwetboek en van de bijzondere strafwetten bestraft kunnen worden;
Dat er echter moeilijkheden bestaan wat de opsporing van deze inbreuken betreft; dat de belangrijkste problemen bij de bestrijding van criminaliteit op het Internet, het transnationaal karakter van het Internet, het immaterieel karakter van de inbreuken en de absolute noodzakelijkheid van een snelle reactie zijn;
Overwegende dat naast een internationale samenwerking tussen bevoegde autoriteiten, de samenwerking met dienstenleveranciers (Internet Service Providers, ISP) in dit opzicht van het grootste belang is;
Overwegende dat zowel op internationaal niveau als in België, zelfregulering als bevoorrecht instrument beschouwd wordt; dat, in deze context, de grote meerderheid van de Belgische ISP's zich binnen een beroepsfederatie die ISPA genoemd is, verenigd hebben; dat de leden van deze federatie een gedragscode hebben goedgekeurd die voorziet dat de ISP's met Justitie zullen samenwerken inzake de bestrijding vanongeoorloofde informatie volgens de in een samenwerkingsprotocol omschreven modaliteiten;
Overwegende dat een goede samenwerking tussen de ISP en de gerechtelijke en politiediensten een snelle en efficiënte communicatie vereist; dat rekening houdende met de eigenheid terzake, het aangewezen is het internetkanaal te hanteren als communicatiemiddel; dat het bestaan van een centraal meldpunt de meest aangewezen methode is om een snelle en efficiënte communicatie te bereiken; dat, vermits het om debestrijding van de inbreuken begaan via het Internet gaat, dit meldpunt een gerechtelijk meldpunt moet zijn; dat het geschikt is om het bestaan van het meldpunt "kinderpornografie" van de Gerechtelijke Politie (website: http://www.gpj.be; E-mail : contact@gpj.be) in aanmerking te nemen en de bevoegdheden van dit meldpunt uitte breiden tot alle overtredingen begaan via het Internet; dat dit meldpunt voortaan "het centrale meldpunt van de nationale computer crime unit van de GP" en hierna "het centrale gerechtelijk meldpunt" genoemd zal worden;

TUSSEN ISPA BELGIUM VZW, DE VICE-EERSTE MINISTER VAN TELECOMMUNICATIE,EN DE MINISTER VAN JUSTITIE

Er wordt overeengekomen de volgende samenwerkingsbeginselen tussen de ISP's en het "centrale gerechtelijk meldpunt" goed te keuren teneinde de aanwezigheid van ongeoorloofde informatie op het Internet te bestrijden:

1. Deze samenwerkingsprocedure betreft slechts de openbare communicatie via het Internet. Het is niet aan de ISP om van de inhoud van privécommunicatie kennis te nemen zoals een E-mail met privékarakter, chatten op een privékanaal of een website met gelimiteerde toegang.
Bovendien is het niet de bedoeling dat de ISP op een actieve wijze het Internet gaat naspeuren op mogelijk ongeoorloofde informatie. Het is niet aan de ISP's de informatie, die aan het publiek ter beschikking wordt gesteld door het Internet, te onderzoeken en te kwalificeren, hetzij door zijn eigen servers of via de servers van andere ISP's.
Slechts indien de ISP een ongeoorloofd veronderstelde inhoud vaststelt of indien een gebruiker zijn aandacht op dergelijke informatie vestigt, zal de ISP deze informatie aan het centrale gerechtelijk meldpunt melden.

2. De internetgebruiker kan de ongeoorloofd veronderstelde informatie aangeven via een E-mail (contact@gpj.be) rechtstreeks gericht aan het centrale gerechtelijk meldpunt of zich tot zijn ISP richten. De ISP verzekert via zijn website de kenbaarheid van het centrale meldpunt evenals van het elektronisch adres van de ISP tot wie de aangiften gericht kunnen worden.

3. De ISP brengt het centrale gerechtelijk meldpunt zo snel mogelijk op de hoogte van de ongeoorloofd veronderstelde informatie waarvan hij kennis heeft via een E-mail (contact@gpj.be).
De ISP, evenals de internetgebruiker, kunnen hierbij gebruik maken van het standaardformulier dat door het centrale meldpunt wordt aangeboden en dat verkrijgbaar is op de website (http://www.gpj.be).

4. De internetgebruiker of de ISP, naargelang het geval, ontvangen binnen de 24uur een ontvangstmelding van het centrale gerechtelijk meldpunt.
Deze ontvangstmelding gebeurt via E-mail en duidt slechts aan dat de melding in goede orde ontvangen werd (met datum- en tijdsindicatie).

5. Het centrale gerechtelijk meldpunt beslist over het in overweging nemen van de ongeoorloofd veronderstelde informatie. Dit zal niet het geval zijn indien het centrale gerechtelijk meldpunt oordeelt dat het duidelijk niet om een ongeoorloofde informatie gaat.

6. Indien het centrale gerechtelijk meldpunt het dossier in aanmerking neemt, wordt de zaak naar het bevoegde parket doorgestuurd voor verdere afhandeling.
Gelijktijdig en binnen kortst mogelijke tijd, ontvangen de ISP of de gebruiker, naargelang het geval, en de ISPA een bericht via E-mail dat meldt dat het dossier in aanmerking genomen werd.
De verwijzingen die het mogelijk maken de ongeoorloofde inhoud te identificeren worden aan de ISPA gemeld.
Behoudens uitdrukkelijke tegengestelde aanwijzingen van het meldpunt, deelt de ISPA de informatie onmiddellijk mee aan al zijn leden dat het dossier in aanmerking werd genomen.
Indien een in het buitenland gevestigde ISP, een ongeoorloofde inhoud herbergt, deelt de ISPA binnen zo kort mogelijke tijd deze informatie mee aan de vereniging van de ISP's van het betrokken land als een dergelijke vereniging bestaat of, bij gebrek aan de betrokken ISP.

7. De ISP’s verbinden zich ertoe met de gerechtelijke diensten samen te werken, op hun aanwijzingen te wachten en zich eraan te houden.
Indien de beoogde inhoud verondersteld wordt een overtreding inzake kinderpornografie te vormen, verbinden de ISP's zich ertoe zodra zij op de hoogte zijn van het in aanmerking nemen van het dossier door het centrale gerechtelijk meldpunt, met alle middelen waarover zij redelijkerwijs kunnen beschikken, de toegang tot de betwiste inhoud af te sluiten, behoudens uitdrukkelijke tegengestelde aanwijzing van de gerechtelijke diensten.

8. De toepassing van dit samenwerkingsprotocol maakt het voorwerp uit van een regelmatige evaluatie door alle partijen betrokken bij dit protocol.
Om de drie maanden sturen het centrale gerechtelijk meldpunt en de ISPA een verslag over de activiteiten en de evaluatie betreffende de toepassing van dit protocol naar de Minister die de Telecommunicatie onder zijn bevoegdheid heeft en naar de Minister van Justitie.
Op grond van deze verslagen, op elk van deze vervaldagen, wordt er een evaluatievergadering tussen de ondertekenaars van dit protocol of hun vertegenwoordigers georganiseerd.

9. De ondertekenende partijen van dit protocol verbinden zich ertoe de beginselen op nationaal en op internationaal vlak te bevorderen.

Opgemaakt te Brussel, op 28 mei 1999

Voor ISPA BELGIUM, Voorzitter, Eric Pieters
De Vice-Eerste Minister en Minister van Telecommunicatie, Elio DI RUPO
De Minister van Justitie, Tony VAN PARYS

Samenwerkingsprotocal ISPA asbl-vzw, rue montoyerstraat 39 b3, 1000 Brussels


LINKS:

- Werkgroep Morkhoven Skynet
- Droit Fondamental
- Kinderpornonetwerk Zandvoort
- Gerecht Turnhout
- Justitie Turnhout
- Open Brief Procureur-Generaal
- Jacobs Zicot Turnhout
- Onkelinx Turnhout
- Zoé Genot cd-roms Zandvoort
- Hof van Beroep Antwerpen - Vervloesem
- Kinderporno ondergronds
- Stop Kindersex
- STOP KINDERPORNO: http://stopkinderporno.web-log.nl
- VRT Terzake - Chris Hölsken - Video
- Site Chris Hölsken: http://www.chrisnietstiltekrijgen.web-log.nl/

Commentaren

Privacywet - Interview met Willem Debeuckelaere
Interview met Willem Debeuckelaere, voorzitter van de Privacycommissie


De basisprincipes van de privacywet hebben de vijftien jaar sinds ze van kracht zijn, goed overleefd. Dat vindt Willem Debeuckelaere, voorzitter van de Privacycommissie die over de navolging van deze wet waakt. Toch stellen de technologische ontwikkelingen heel wat nieuwe uitdagingen.

Op 8 december 1992, vijftien jaar geleden dus, werd de wet op de privacy van kracht. Die wet werd ondertussen wel al een aantal keren bijgewerkt, onder meer door de Europese privacydirectieve van 1995. En verdere aanpassingen blijven nodig om de veranderingen bij te benen.

"Dat is de aard van het beestje", zegt Willem Debeuckelaere. "Maar de basisprincipes blijven overeind: de finaliteitsvereiste, het feit dat persoonsgegevens maar mogen worden verwerkt voor welbepaalde, nauwkeurig omschreven en gerechtvaardigde doeleinden. Dat is eigenlijk de mantra van de bescherming van de persoonsgegevens. Dat gaat hoe dan ook blijven, denk ik, ook als de wetgeving en de procedures wat aangepast moeten worden. Al zijn er natuurlijk een aantal zaken die voorbijgestreefd zijn."

IT Professional: Zoals wat?
Willem Debeuckelaere: Toen het verdrag 108 van de Raad van Europa is geschreven (in 1981, nvdr), dacht men in termen van grote mainframes. Grote zalen waar, 24 uur op 24, zoemende gegevensbanden met informatie stonden te draaien en waar maar een paar enkelingen toegang toe hadden. Vanuit dat schrikbeeld is het idee gekomen, dat men de verwerking van persoonsgegevens moet aangeven bij de Privacycommissie. Maar nu zitten we in de wereld van de netwerken, met heel snelle dataverbindingen.

We moeten nu kijken welke verbindingen er zijn, welke de mogelijkheden zijn om informatie razendsnel rond te sturen en erop in te breken. Daar zitten nu de grote problemen. Dat zou consequenties kunnen hebben voor de toepassing van de wet. U kunt hier het openbaar register van de aangiften raadplegen. En u zou zich dan een beeld kunnen vormen van waar in België persoonsgegevens over u worden verwerkt. Maar dat is vandaag een illusie, denk ik.

Hebben bedrijven ooit werkelijk consequent die aangiftes gedaan?
Ik denk dat er heel wat verwerkingen niet worden aangegeven. Vaak omdat men niet weet dat het moet. Wijzelf proberen daaraan tegemoet te komen door sector per sector contact op te nemen. Wij hebben nu bijvoorbeeld met de verzekeringswereld een soort protocol afgesloten waardoor zij vereenvoudigde aangiften kunnen doen. En dat werkt. In die zin dat heel wat aangiften nu de laatste maanden zijn binnengekomen vanuit die verzekeringswereld. We hebben hetzelfde gedaan met het katholiek onderwijs en met thuisverpleging.

Wat zijn de belangrijke leemten in het huidige Europese privacysysteem?
Het grootste probleem, denk ik, ligt in de internationale werking. Op het Europese vlak heeft de privacydirectieve schitterend werk geleverd. De uitwisseling van persoonsgegevens in Europa is volkomen vrij wanneer wordt voldaan aan de voorwaarden. Maar naar buiten de Europese Unie kan die uitwisseling niet, tenzij er een adequate bescherming is. Men zegt niet 'gelijkwaardig', men spreekt van 'adequaat', wat eigenlijk betekent dat de Europese Commissie elke keer akkoorden moet sluiten, procedures moet ontwikkelen. Bijvoorbeeld met de Verenigde Staten, Israel of India.

En dat betekent natuurlijk dat er heel wat gegevensverwerking gebeurt, de wereld rond, die ontsnapt aan die beschermingsmechanismen van Europa. Waarbij je dan de vraag kunt stellen: zijn we binnen de Europese binnengrenzen niet katholieker dan de paus, terwijl we alles dat daarbuiten gebeurt maar blauw-blauw laten?

Vandaag kan men grote gegevensbestanden snel en gemakkelijk met elkaar verbinden. Moet de wetgeving dat aanpakken?
Wel, men probeert dat. Bijvoorbeeld met de Kruispuntbank Sociale Zekerheid. Die kan eigenlijk een beetje model staan voor hoe men probeert binnen dat datasharing-, dataminingconcept toch een aantal gegevens af te schermen waar dat mogelijk is. Natuurlijk, voor toepassingen in de privé hebben we daar veel minder zicht op. Er is de aangifte van gegevensverwerking, maar er moet geen machtiging worden gegeven.

Nu, ik denk dat het bijna onzin is om te denken dat men alle mogelijke informatiestromen kan controleren, men kan zich zelfs de vraag stellen of dat in een democratische maatschappij wel goed zou zijn. En als gegevens op een onrechtmatige manier worden gebruikt, kan men nog altijd een beroep doen op de rechtbank wanneer er schade wordt geleden. Dus ik denk dat die nieuwe toepassingen eigenlijk toch wel in het bestaande systeem opgevangen kunnen worden. Denken dat men alles gaat kunnen controleren is een illusie, en ik denk ook niet dat het moet.

In de Swift affaire, waar de Amerikaanse inlichtingendiensten toegang kregen tot Europese betalingsgegevens, bracht de CBPL een heel kritisch advies uit. Maar heeft dat eigenlijk wel enig effect?
Ik denk dat we met zeer veel trots mogen terugkijken op wat wij toen hebben gedaan. De Swift affaire heeft juist aangetoond dat het van groot belang is dat wanneer zoiets aan het licht komt, dat een data privacy commissie dat aan de kaak kan stellen. Dat we zeggen dat hier dingen zijn gebeurd die niet door de beugel kunnen, noch volgens de privacywet, noch volgens de internationale rechtsregels rond het uitwisselen van informatie in het kader van terrorismebestrijding of witwasoperaties.

Op dit ogenblik stellen wij vast dat Swift na enkele maanden wachten toch een totaal andere politiek is gaan voeren. En daar zullen ook wel commerciële overwegingen aan ten grondslag liggen, ik maak mij daar geen illusies over.

U doelt op dat nieuwe datacenter van Swift in Zwitserland?
Dat is één van de elementen, een ander element is dat ze privacy expliciet hebben opgenomen in hun policy.

Maar uiteindelijk kunt u Swift niets opleggen.
Dat advies heeft geen dwingende kracht. Maar dat sluit niet uit dat ofwel de privacycommissie ofwel een particulier op basis van die aanbeveling - in zoverre die niet gerespecteerd wordt door Swift - naar de rechter kan gaan.

Operatoren en weldra ook ISP's moeten voortaan gegevens bewaren over de communicatie van hun klanten. Is die niet in tegenspraak met de privacywet?
De 'twee-jaar-regel' is duidelijk een inbreuk op de privacy. In de mate dat kan worden aangetoond dat het effectief een surplus geeft in het politiewerk, kan men erover discussiëren of het al dan niet gerechtvaardigd is. En dat moet de toekomst uitwijzen.

Er zijn wel twijfels over of men inderdaad die twee jaar in tijd moet kunnen terugkeren. En er zijn trouwens plannen in de Verenigde Staten, als ik het goed begrijp, om gegevens nog veel langer bij te houden, men spreekt van 13 jaar. Dan wordt er een verhaal opgedist, over vingerafdrukken die gevonden zijn bij een bizar incident in de VS, en diezelfde vingerafdrukken zijn gevonden op een Amerikaanse basis in Duitsland en bij een zelfmoordterrorist in Beiroet.

Dit soort merkwaardige verhalen moet aantonen hoe belangrijk het is dat men al die gegevens, ook telecommunicatiegegevens moet bijhouden. Dat kost natuurlijk een enorm bedrag aan hardware en ondersteuning, en soms kan ik mij niet van de indruk ontdoen dat dat hierin meespeelt. Ik vind dat men vanuit privacyoverwegingen toch ook wel eens mag vragen dat die praktijken worden geëvalueerd. Dat er wordt nagekeken: is er einderdaad een positieve balans? In de Swift affaire werd ook gegoocheld met successen die men zou hebben behaald door die occulte vorm van toezicht op rekeningen.

Wat zijn de grote uitdagingen die eraan komen, op het vlak van privacy?
In België zijn er zeker twee zaken die echt geregeld moeten worden; Er zijn pogingen geweest van minister Reynders en meneer Jamart om de privacy te regelen in de fiscaliteit. De problematiek van de data mining dus. Er zijn twee voorstellen geweest rond die problematiek, en die hebben geleid tot twee negatieve adviezen van de privacycommissie. De parlementaire discussie daarover is gestart maar net voor de verkiezingen is die spaak gelopen. Dat is echt wel een van de grote uitdagingen voor de volgende jaren.

Wij zeggen niet dat data mining onder bepaalde omstandigheden niet mag. Wij zeggen dat het moet gebeuren op een manier die door de wetgever klaar en duidelijk wordt voorgeschreven. Als voor elke ingezetene van dit land op een systematische manier alle mogelijke databanken aan elkaar gekoppeld worden, de ultieme data mining dus, daar zijn wij wél tegen, omdat er proportionaliteit moet zijn. Er moeten op zijn minst toch een aantal ernstige aanwijzingen zijn om een dergelijke machinerie in gang te zetten.

Maar de grootste uitdaging op Belgisch vlak, denk ik, is de problematiek rond e-health en het platform dat door de federale regering is opgezet waarmee alle gegevensstromen in de medische sector zouden moeten worden ondersteund. Dat wat onder de twee-jaar-regel zal worden gestockeerd door de telecomoperatoren is waarschijnlijk veel minder gevoelig dan de medische gegevens die op dit ogenblik, ik zal niet zeggen vrij circuleren, maar toch, die een vrij onduidelijke status hebben. Wij hebben geluk dat de medische wereld privacy diep in haar cultuur heeft ingebed, via het beroepsgeheim.

Maar wij krijgen meer en meer vragen vanuit de medische wereld, zowel vanuit de ethische comités van ziekenhuizen als vanuit de overheidsinstellingen die erbij betrokken zijn of klassieke instellingen zoals de orde van geneesheren. Dat moet de komende maanden door de volgende regering dringend aangepakt worden.


Dominique Deckmyn
29 november 2007

Bron:

Gepost door: Yves | 03-05-09

Privacycommissie is dubbelzinnig Ik vind de manier waarop de privacycommissie de privacywet hanteert uiterst dubbelzinnig.

Enerzijds schreeuwen Willem Debeuckelaere met justitieminister Stefaan De Clerck en Child Focus, moord en brand als een site als Stop Kinderporno ermee dreigt van de namen van veroordeelde pedofielen op het net te zetten.
Anderzijds geeft men niets om de privacy van actievoerder Marcel Vervloesem, senator Anne-Marie Lizin, advocaat Victor Hissel en tal van anderen.

Waarom zouden veroordeelde pedofielen recht op privacy hebben terwijl de andere voornoemde personen daar geen recht op zouden hebben ? Waarom mogen veroordeelde pedofielen niet aan de digitale schandpaal genageld worden terwijl anderen wel aan de media-schandpaal mogen genageld worden ? Vanwaar dat onderscheid ?

Ik vind dat de privacy van personen (zeker in deze gemediatiseerde wereld) moet beschermd worden en ik vind de privacywetgeving dan ook geen overbodige luxe maar ik ben er niet mee akkoord dat de privacywetgeving wordt gebruikt om mensen te discrimeren.

De privacywetgeving moet op een consequente manier worden toegepast en mag zeker niet misbruikt worden om een doofpotpolitiek te voeren of om slachtoffers door middel van censuur het zwijgen op te leggen.

Tot slot moet ik zeggen dat de privacycommissie soms de indruk geeft dat zij bepaalde criminelen wil beschermen en strafrechterlijke zaken in de doofpot wil stoppen. Dat schept verwarring en leidt ertoe dat de burger geen vertrouwen heeft in de overheid.

Gepost door: Jan Boeykens | 03-05-09

Parlementaire vraag
'Er is geen sprake van een hellend vlak en het gaat echt alleen om sites met kinderporno. Zogenaamde peer-to-peer pagina's of andere sites waarop muziek, bestanden en films uitgewisseld worden hebben niets te vrezen'

-------

Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT

Bulletin 3-90

ZITTING 2006-2007

Vice-eersteminister en minister van Justitie

Vraag nr. 3-7068 van mevrouw Anseeuw d.d. 16 februari 2007


Het Korps landelijke politiediensten (KLPD) in Nederland laat internetproviders internetpagina's met kinderporno blokkeren. Daarover is een overeenkomst gesloten met UPC. De « zwarte lijst » gaat binnen twee maanden in werking. De providers krijgen de lijst van het projectteam voor bestrijding van kinderporno van het KLPD, aldus UPC. Zij registreren voorlopig niet wie de pagina's proberen te bezoeken of wie de site online gezet heeft.

Het idee komt uit Noorwegen tengevolge de succesvolle samenwerking tussen de Noorse politie en de providers aldaar. Daar worden per dag 6 500 hits geblokkeerd op kinderpornosites. Op de Noorse zwarte lijst staan ruim 3 000 internetpagina's.

Er zijn tevens gesprekken met andere providers. « Wij hopen dat de andere partijen zich aansluiten bij dit initiatief. Het systeem is natuurlijk niet waterdicht, maar we werpen wel een drempel op en maken het moeilijker », stelt de woordvoerder van UPC.

Volgens de provider is er geen sprake van een hellend vlak en gaat het echt alleen om sites met kinderporno. Zogenaamde peer-to-peer pagina's of andere sites waarop muziek, bestanden en films uitgewisseld worden hebben niets te vrezen, aldus de zegsman.

In Groot-Brittannië worden eveneens alle buitenlandse sites met dergelijke inhoud geblokkeerd door de providers, daar in 2006 slechts 20 van de 6 000 gerapporteerde sites uit Groot-Brittannië kwamen. De politiediensten geven alle gemelde sites door aan de internet service providers.

Graag had ik hieromtrent dan ook een antwoord gekregen op de volgende vragen :

1. Hoeveel mensen werden er respectievelijk in 2003, 2004, 2005 en 2006 gearresteerd voor het bezit van kinderporno, afkomstig van het internet ? Hoe verloopt de tendens ?

2. Hoeveel mensen werden er respectievelijk in 2003, 2004, 2005 en 2006 veroordeeld voor het bezit van kinderporno, afkomstig van het internet ? Hoe verloopt de tendens ?

3. Hoe reageert u op de afspraken die in Nederland werden gesloten tussen de landelijke politiediensten en de providers om dergelijke sites gewoonweg te blokkeren ? Wat zijn de voordelen en is de geachte minister bereid gelijkaardige afspraken te doen met de providers in België ?

4. In Groot-Brittannië krijgen de banken toegang tot de namen van de veroordeelde pedofielen om hun toekomstig gebruik van kredietkaarten te screenen wat betreft de aanschaf van dergelijk illegaal materiaal van op het internet. Hoe staat u ten opzichte van dergelijk initiatief en kan u dit uitvoerig toelichten ?

5. Moeten de buitenlandse sites worden aangepakt en een akkoord met de providers gesloten worden om deze te blokkeren en kan u dit toelichten ? Zo neen, waarom niet en welke andere maatregelen acht u aangewezen om dergelijke sites te stoppen ?

-------

Antwoord :

1. In 2003, 2004, 2005 en 2006 (eerste semester) stelde de politie respectievelijk 133, 153, 189 en 102 processen-verbaal op voor bezit van kinderpornografische beelden afkomstig van het internet. Deze cijfers illustreren helemaal niet de politiële inspanning. Vaak starten onderzoeken voor de verspreiding en aanmaak van kinderpornografische beelden via het Internet. Als illustratie verwijzen we bijvoorbeeld naar de centrale dienst mensenhandel waar de sectie kinderpornografie 74 onderzoeken startte voor verspreiding en/of aanmaak van kinderpornografie waarbij bij in één dossier 31 verdachten opdoken. De arrestatie gebeurt steeds op beslissing van een magistraat.

In 1995 werd een specifieke strafbaarstelling ingevoerd, met name de strafbaarstelling met betrekking tot kinderpornografie. Artikel 383bis Sw werd door artikel 7 van de wet op de mensenhandel en op de kinderpornografie ingevoerd en door artikel 21 van de wet betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen gewijzigd.

Er dient te worden opgemerkt dat deze strafbaarstelling een beperktere verruiming op het vlak van kinderpornografie heeft gehad dan hetgeen de tekst van het nieuwe artikel laat uitschijnen. De uitbreiding van het seksueel strafrecht is de facto immers beperkt gebleven tot de invoering van een nieuw verboden gedrag, met name het bezit van beelden of voorwerpen met kinderpornografisch karakter (L. Stevens, Strafrecht en seksualiteit, Antwerpen, Intersentia, 2002, blz. 549). De andere strafbare feiten van artikel 383bis Sw konden reeds voor 1995, op basis van artikel 383 Sw, worden vervolgd, met uitzondering van de « verspreiding » die onlangs strafbaar is gesteld.

Inzake het maken van kinderpornografie, kan worden vastgesteld dat de veroordelingen elk jaar toenemen.
Tussen 1995 — jaar waarin de wet in werking is getreden — en 2001 is het aantal veroordelingen van 0 naar 13 gestegen. In 2002 is er een lichte daling ten aanzien van 2001 (9 in plaats van 13). Ten slotte kan in 2003 een forse stijging worden vastgesteld (9 naar 21).

Ook het aantal opschortingen is niet erg hoog. Het is pas vanaf 1998 dat enkele gevallen opduiken. Tussen 1999 en 2000 is er een lichte stijging (van 6 naar 9).
Vervolgens daalt hun aantal vanaf 2000. In 2003 zijn er 0 opschortingen. Er zijn nagenoeg geen interneringen ter zake. Er heeft nooit meer dan een internering plaatsgevonden (1997, 1998, 2001 en 2002).

Inzake het bezit van kinderpornografie, kan worden vastgesteld dat de veroordelingen sinds 1997 blijven stijgen. In 1995 en 1996 waren er geen veroordelingen. De wet dateert immers van 13 april 1995. Bovendien is enige tijd vereist alvorens ze bekend en toegepast wordt. Voor het overige stijgt het aantal veroordelingen tussen 1997 en 2003 van 7 naar 42. De sterkste stijging vond plaats tussen 2002 en 2003 (van 20 naar 42).

Ook de opschortingen van het bezit van kinderpornografie nemen op quasi constante wijze toe, met uitzondering van twee jaren waarin ze licht dalen (2001 en 2002). Zo stijgt het aantal tussen 1997 en 2003 van 3 naar 13. De interneringen zijn ten slotte niet erg talrijk (0 of 1), met uitzondering van 2003 waar drie interneringen plaatsvonden.

3. In België bestaat er reeds een samenwerking tussen de overheden en de internetproviders. Deze samenwerking is tot stand gekomen door de uitwerking van een Samenwerkingsprotocol ter bestrijding van ongeoorloofd gedrag op het internet (ISPA-Protocol). Dit protocol werd op 28 mei 1999 door enerzijds de minister van Justitie 5Tony Van Parys) en de minister van Telecommunicatie (Minister Elio Di Rupo) en anderzijds ISPA Belgium (Belgische Vereniging van Internet Service Providers) ondertekend.

Het bovenvermelde ISPA-Protocol werd in het kader van de door de dienst voor het Strafrechtelijk beleid gevoerde evaluatie van de wetten van 1995 inzake zeden en enkele verwante juridische instrumenten geëvalueerd.

Hiertoe werd een werkgroep in september 2005 opgericht die meerdere malen is samengekomen om het ISPA-Protocol te evalueren. Deze groep is samengesteld uit verschillende actoren :

— de Belgische Vereniging van Internet Service Providers (ISPA Belgium);
— de Federal Computer Crime Unit van de federale politie (FCCU);
— de dienst voor het Strafrechtelijk beleid, het DG Strafwetgeving en het kabinet van de minister van Justitie voor de FOD Justitie;
— het DG dienst Controle en Bemiddeling van de FOD Economie en de Cel « Telecommunicatie » van het kabinet van de minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid;
— magistraten van het parket-generaal en het federaal parket.

De werkgroep is vanaf het begin van de werkzaamheden, mits enkele wijzigingen, unaniem voor het behoud van het ISPA-Protocol. De wil om een samenwerkingsprotocol te behouden getuigt van het belang dat aan deze problematiek wordt geschonken :

— het belang van de strijd tegen steeds talrijkere en gediversifieerdere ongeoorloofde inhouden op het internet;
— het belang van de samenwerking tussen de verschillende actoren, bevoegde overheden en Internet Service Providers.
In 2003 zijn twee wetten van de FOD Economie in werking getreden :

— de wet van 11 maart 2003 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij;
— de wet van 11 maart 2003 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

Deze twee wetten stellen nieuwe verplichtingen inzake diensten van de informatiemaatschappij voor de Internet Service Providers vast. In de besprekingen moest dus met deze wetten rekening worden gehouden. Er moest ook worden op toegezien dat deze wetten en het gewijzigde ISPA-Protocol complementair waren. Het protocol is nuttig om bepaalde processen en procedures af te spreken die niet in de wet zijn opgenomen. Het reikt dus enigszins verder dan de wet, daar het een antwoord biedt op de vraag hoe de wet tussen de partners dient te worden toegepast. Het Protocol moet de wet evenwel aanvullen.

Aan het einde van de werkzaamheden van deze werkgroep, werd een nieuw ISPA-Protocol in 2006 gefinaliseerd dat weldra door de verschillende bevoegde ministers (de minister van Justitie, de minister van Binnenlandse Zaken, alsook de twee ministers die bevoegd zijn voor Telecommunicatie) en ISPA Belgium zal worden ondertekend.

Dankzij het nieuwe ISPA-Samenwerkingsprotocol woden procedures opgezet die de te ondernemen stappen voor de burger vergemakkelijken als deze een ongeoorloofde inhoud op het internet wens te melden. Het Protocol integreert met name het geïntegreerde meldpunt op internet (www.ecops.be) dat sinds begin 2007 operationeel is en het nieuwe referentiepunt voor elke gebruiker wordt die onderstaande misbruiken op het internet wenst te melden :

— kinderpornografie;
— racisme, xenofobie;
— kansspelen;
— oneerlijke handelspraktijken;
— spam;
— rechten die verband houden met de bescherming van de consument;
— auteursrechten;

Naar aanleiding van de Ministerraad van 23 juni 2006, werd de minister van Werk en Informatisering gelast met het bestuderen van de technische mogelijkheid om internetsites met kinderpornografisch materiaal te blokkeren. Hiertoe werd een werkgroep opgezet.

4. In België organiseerde Child Focus een werkoverleg met justitie, politie en twee kredietkaartmaatschappijen die in België actief zijn. Daaruit bleek dat de kredietmaatschappijen bewust zijn van hun aandeel in het bestrijden van verspreiding van beelden van seksueel misbruik via het internet. Omdat het niet louter gaat om een nationale problematiek engageerden de Belgische „vertegenwoordigers zich om het op het eerstvolgend Europees overleg aan te kaarten.

De werkwijze waarop de vraagsteller alludeert, is eigen voor het Verenigd Koninkrijk. Het wettelijke kader in de meeste EU-landen laat deze werkwijze niet toe.

5. Naar aanleiding van de Ministerraad van 23 juni 2006, werd de minister van Werk en Informatisering gelast met het bestuderen van de technische mogelijkheid om internetsites met kinderpornografisch materiaal te blokkeren. Hiertoe werd een werkgroep opgezet.

Gepost door: Yves | 03-05-09

De commentaren zijn gesloten.